Our commitments

Steven De Meester - Bio-ingenieur

CIRCULAIR ONDERNEMEN IS HOT.
DAT IS EEN UNDERSTATEMENT.

Wie de term in zijn vertrouwde zoekmachine stopt, krijgt meer dan 776.000 resultaten. Er wordt dus wat geschreven, gedebatteerd en gefilosofeerd over het onderwerp. Terecht, want de zorg voor onze planeet is een universeel gegeven, een kwestie van overleven voor huidige en toekomstige generaties.

Debat is dus goed, al mag het niet verzanden in oeverloze intellectuele gesprekken die nauwelijks ergens toe leiden. Weet u bijvoorbeeld dat maar liefst 114 wetenschappelijke definities de ronde doen om het begrip circulair ondernemen te vatten? Leuk voor wetenschappers, maar onze stijl is net iets anders.

Wij zijn meer voor die handen uit de mouwen, voor het vegen voor eigen deur en bekijken graag wat we er zelf kunnen aan doen.

Op de Belgian Pork Academy, editie 2021 brachten we dan ook als vanouds wetenschappers, producenten, vakmensen, varkenshouders, retailers bij elkaar om samen op zoek te gaan naar hoe we onze mooie varkenssector
extra duurzaam kunnen maken. 

Aan het woord: Steven De Meester

Identikit:

  • Bio-ingenieur
  • Prof. Dr. Hoofddocent vakgroep Groene Chemie en Technologie (faculteit Bio-ingenieurswetenschappen) UGent
  • Voert onder meer onderzoek naar recyclage van organisch en plastic afval

"Blijf vooral meester van je eigen debat."

Professor Steven De Meester stelt tot zijn genoegen vast dat de varkenssector eigenlijk al heel circulair werkt. Er is volgens hem steeds minder ruimte tot verbetering. Het is daarom tijd voor een ander fundamenteel debat: hoe ontwikkel je met de hele sector een nieuw economisch model voor een klant die minder en duurzamer vlees wil eten? 

Professor De Meester voert al enkele jaren onderzoek naar het hoogwaardig recycleren van afvalplastics en organisch afval. Hij zit ermee in de kern van het erg ruime circulaire debat. “We spreken constant over recyclage en circulaire economie, maar eigenlijk bestaat daar geen eenduidige definitie over. Naast de vele goedbedoelde initiatieven zal er dus een meer gemeenschappelijke taal nodig zijn om een performant beleid uit te werken.”

“VEEL CONSUMENTEN KIJKEN ALLEEN NAAR DE HOEVEELHEID PLASTIC DIE WE GEBRUIKEN, TERWIJL JE OOK MOET KIJKEN NAAR ALLES WAT ERAAN VOORAF GAAT.”

Voor De Meester is de essentie van circulaire economie dat je als economie zo veel mogelijk onafhankelijk wordt van primaire grondstoffen. “Eigenlijk heeft Europa heel weinig eigen grondstoffen. In de voedingsindustrie importeren we bijvoorbeeld sojabonen uit Brazilië. Circulariteit gaat er in die context om dat we die grondstoffen - of het nu kritische metalen zijn of elementen als stikstof en fosfor - dan maar beter hier houden en maximaal inzetten en hergebruiken.” 

Circulariteit in de voeding wordt op dit ogenblik vaak herleid tot het verpakkingsverhaal. “Veel consumenten kijken alleen naar de hoeveelheid plastic die we gebruiken, terwijl je ook moet kijken naar alles wat eraan vooraf gaat. Eens je die bril opzet, dan zal je zien dat die focus niet altijd juist ligt. Zo zijn plastic zakjes momenteel de grote boosdoener in de supermarkten, maar wist je dat je je katoenen boodschappentas 173 keer moet gebruiken vooraleer je een lagere ecologische footprint hebt dan bij het plastic zakje? De impact van hoe vlees geproduceerd wordt, is zoveel keren groter dan die van verpakking. Dus als je het systeem breder analyseert, dan zie je dat elk mogelijk verlies van vlees vele keren erger is dan de impact van de verpakking. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat we niet moeten inzetten op circulaire verpakking…”

Daarnaast maakt de professor binnen circulariteit altijd een onderscheid tussen productie aan de ene kant en consumptie anderzijds. “In de varkensvleessector zit je met een specifieke situatie, want op vlak van consumptie kan je weinig doen. Eten verbruik je echt en dat kan maar 1 keer. Dat is niet hetzelfde als systemen als Cambiowagens bijvoorbeeld waar je meerdere keren hetzelfde product kan ‘consumeren’. In die zin kan je moeilijker circulair omgaan met de consumptie van voedsel dan in andere sectoren als elektronica of textiel.

Aan de productiekant stel ik vast dat de varkenssector eigenlijk al heel veel inspanningen gedaan heeft rond circulariteit. Varkens eten al heel veel nevenstromen (de term afval is hier zelfs al minder relevant). We zijn ook erg efficiënt in het gebruik van voeding om vlees te produceren, we optimaliseren ons energieverbruik steeds meer en ook aan de kant van de voederindustrie worden serieuze stappen vooruit gezet. Dat is nu eenmaal het nadeel van een sector die actief bezig is rond het thema: het wordt almaar moeilijker om noemenswaardige vooruitgang te boeken.”

De Meester twijfelt eraan of bijkomende inspanningen de soms negatieve perceptie van (varkens)vlees in tijden van klimaatdebatten nog zullen kunnen keren. Volgens hem moeten we ons afvragen of het dan ook geen tijd is voor een ander debat.

...

“MAKE AN OFFER SOCIETY CAN’T REFUSE.
HERWAARDEER JE PRODUCT, MÉT EEN FAIRE
PRIJS, OOK VOOR DE LANDBOUWER.”

“Misschien is nu het moment aangebroken voor de sector om eens op de écht lange termijn te gaan denken en te bekijken hoe zij zichzelf zal organiseren de komende twintig jaar. Welk vlees zal de consument nog eten? En wat is een rendabel businessmodel om dat vlees te produceren? De prijs staat onder druk, de consument staat steeds argwanender ten aanzien van vlees, we krijgen steeds meer flexitariërs, de eisen ten aanzien van de productie stijgen en op termijn zal er minder vlees gegeten worden. Welk antwoord heeft de sector hiervoor klaar?

Voor velen is het debat daarrond nu nog een ver van mijn bed-show. De sector kan inzetten op export, maar ook daar zal de groei op een keer eindigen. De autosector dacht ook nooit dat de elektrische wagen zou doorbreken. Terwijl je maar 1 game changer als Tesla nodig hebt die de markt fundamenteel verandert. Nu gaat iedereen ervan uit dat de hele wereld, ook landen als China, binnen een paar jaar volledig elektrisch zal rijden. Dat zie je ook in andere sectoren: straks verwarmen we al onze woningen met warmtepompen in plaats van het ooit zo duurzame gas.”

Het wordt volgens De Meester tijd dat de sector zelf een nieuw economisch model ontwikkelt. “Ze houden hierbij beter zelf het heft in handen zodat ze de oplossingen kunnen voorstellen die ze zelf willen. Ik doe graag een warme oproep: anticipeer en zie deze transitie als een opportuniteit.

Welk productie- en consumptiesysteem zou jullie zelf blij maken, om het eens naïef te formuleren? Zullen ‘veel’ en ‘goedkoop’ binnen 20 jaar nog steeds de kernwoorden zijn in een maatschappij die veranderd is door duurzaamheidsdoelstellingen? Of zal het ‘minder’ en ‘duurzamer’ zijn? Make an offer society can’t refuse. Herwaardeer je product, mét een faire prijs, ook voor de landbouwer.

Dit soort debatten laat je beter niet aan de politiek over. Kijk maar naar de kunststoffensector: een erg sterke sector, maar zij hebben in debatten te lang gewacht om zelf het ‘duurzame’ of ‘circulaire’ heft in handen te nemen. Gevolg: nu moeten we allemaal uit ongezellige bamboerietjes drinken, een oplossing waar niemand gelukkig mee is…”

STEVEN OVER DE BELGIAN PORK ACADEMY:

Professor Steven De Meester was gecharmeerd over de Belgian Pork Academy: “het was fijn vast te stellen dat er eens wat afstand genomen werd om een ander soort debat te voeren. Het is nodig om eens out of the box te kunnen denken. De landbouw heeft altijd de neiging om gewoon door te doen; de boer die ploegde voort. Iedereen kijkt momenteel wel nog naar elkaar, maar dit soort initiatieven brengt de verschillende actoren wel al bij elkaar. En daar komen op termijn ongetwijfeld wel waardevolle oplossingen uit voort.”